Contactlens Nieuws Nederland
|
|
April 2021
CNNederland maakt sinds 2007 maandelijks een onafhankelijke selectie van nieuwe, relevante publicaties uit de internationale literatuur op het gebied van contactlenzen. Klik hier voor een webversie van CNNederland
|
|
"All clear" wordt altijd luid geroepen in medische series als de electroden op de borst van de patiënt worden geplaatst. 'Handen ervan afhouden' is dan dus de boodschap. Tegelijkertijd betekent het ook 'alles veilig'. We gaan de komende nieuwsbrieven eens kijken hoe dat zit met het BCLA CLEAR report. Is het allemaal CLEAR: duidelijk, helder en op een eerlijke (veilige) manier beschreven. Het is een megaproject geweest, onder leiding van James Wolffsohn, waarin bijna alle contactlens experts ter wereld gevraagd werden mee te denken over een blauwdruk van waar we staan met contactlenzen op dit moment. Alles 'evidence based' natuurlijk. Het rapport waar al zeker een jaar aan gewerkt is, bestaat uit 11 delen, ingedeeld naar onderwerp. Het varieert van anatomie en fysiologie van het voorste oogsegment tot specialty lens topics (zoals scleralenzen en medische toepassingen) en beslaat ruim 300 pagina's. Deze zijn vooralsnog vrij toegankelijk te downloaden van de BCLA website (zie link hieronder). Kom op tijd en sla uw slag, met andere woorden: ze zijn nu gratis te downloaden. Hiermee heeft u in één keer een basishandboek, een naslagwerk én een handleiding naar de laatste maatstaven en ondersteund door iedereen die onderzoek op het gebied van contactlenzen doet. Volg de CNNederland nieuwsbrief en de komende CNNederland-live, waar uitgebreid wordt stilgestaan bij dit onderwerp. En natuurlijk staat dit centraal op het BCLA congres op 13+14 juni 2021. Online, dat is duidelijk.
|
|
Evidence-Based Contact Lens Practice
|
|
Alhoewel een heel lastige keuze, zou ik zeggen dat de module 'evidence based contact lens practice' wellicht het meest relevant is voor onze beroepsgroep. Dit artikel - alleen al 27 pagina's lang - legt alle aannames die we doen in de contactlensprakijk op een weegschaaltje. Wat hierna besproken wordt, is slechts een snapshot: zie het hele artikel voor alle ins en outs.
|
|
Wat doen we in de praktijk eigenlijk, en waarop is dat precies gebaseerd? Zo hebben we het in de vorige CNN-live bijvoorbeeld gehad over leeftijd. Wat het rapport hierover zegt is dat zachte lenzen bij jongere patiënten (onder de 30 jaar) en bij ouderen (boven de 50 jaar) risicovoller is wat betreft complicaties. In de jongeren-groep: kinderen in de leeftijd 8-15 jaar hebben een kleinere kans op infiltraten dan tieners en jongvolwassenen (15-25 jaar). Daglenzen worden gesuggereerd als optie voor de doelgroepen met hogere risicoprofielen. Volgens het rapport moet verder in de anamnese aandacht besteed worden aan make-up. Zo kunnen gezichts- en oogcrèmes het Meibom klier functioneren beïnvloeden. Pigment in eyeliners, mascara en oogschaduw kunnen ook nadelige effecten hebben, evenals producten voor de groei van oogwimpers (die prostaglandinen bevatten). Wat betreft lage luchtvochtigheid bevestigt het rapport dat dit tot discomfort kan leiden, en aangetoond is dat piloten meer kunsttranen gebuiken. Tegelijkertijd is vastgesteld dat luchtvaart-personeel lenzen prima kan verdragen en er is nauwelijks bewijs dat keuze van lensmateriaal een rol speelt in het verhogen van de verdraagzaamheid.
|
|
Onderzoek Oculaire Oppervlak
|
|
Een wereldwijde enquête toont aan dat 84.5% van de contactlenspraktijken een graderingssysteem gebruikt (Efron en CCLRU het meest gebruikt). Vanwege het verschil in de kaarten, is het belangrijk het soort schaal te benoemen bij communicatie over individuele gevallen. Alhoewel het zinvol lijkt om het graderen zo nauwkeurig mogelijk te doen (in 0.1 stapjes), blijkt uit onderzoek dat stappen kleiner dan 0.5 weinig zin hebben en zelfs contra-productief kunnen werken. Het wordt expliciet genoemd dat ooglid omkeren een krtitisch onderdeel is van het contactlens onderzoek. Dubbele ooglid-omkering wordt gebruikt als er een lens in het oog zoek is geraakt (er wordt nauwkeurig beschreven hoe dit te doen). Beoordeel eerst roodheid en papilformatie met wit licht, om vervolgens met fluoresceïne te kijken. Onderzoek toont aan dat palpebrale onregelmatigheid als hoger wordt ingeschat met fluoresceïne dan met wit licht. Ook de oogleden zelf moeten worden geïnspecteerd: vooral met betrekking tot Lid-Wiper-Epitheliopathy (LWE) en Meibom klier disfunctioneren. Lissamine groen staining is de eerste keuze qua kleurstof als het gaat om conjunctivale en ooglidrand aandoeningen, en kan een waardevolle aanvulling zijn op fluoresceïne bij het oogonderzoek.
|
|
Te beginnen met lensdiameter: er is weinig bewijs dat het bepalen van de lensdiameter op basis van de Horizontale Visuele Iris Diameter (HVID) erg zinvol is. Ten eerste is die HVID heel lastig te bepalen, en verschilt soms millimeters, afhankelijk van de meetmethode die gebruikt wordt. Verder is het de vraag of een grotere of kleinere diameter invloed heeft op het draagcomfort. Het enige dat telt, is dat de diameter van de lens voldoende omvang heeft om de hele cornea en limbus te bedekken, rekening houdend met lensbeweging. Alleen als de lensrand op of over de limbus beweegt, is dat per definitie oncomfortabel. In lijn hiermee: het nasale gedeelte van het anteriore oculaire oppervlak is vlakker dan het temporale en de meeste andere delen van het oog. Gemiddeld gezien decentreert een zachte lens dan ook vaker temporaal (minder tegendruk aan die kant). Om de lensdiameter goed te bepalen kan de lens het beste manueel gecentreerd worden op het oog, om in te schatten of er voldoende overlap aan beide zijden van de cornea is. Een andere parameter is de gemiddelde verticale palpebrale opening (Vertical Palpebral Aperture, VPA) is 9.7mm, met significante verschillen qua etniciteit en sexe (0.7mm kleiner gemiddeld bij vrouwen). Maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat de VPA erg relevant is bij het aanpassen van lenzen, en ook niet met betrekking tot droge ogen. De pupildiameter is een iets ander verhaal. Dat wordt gemeten in normaal kamerlicht (fotopisch) en in mesopische (schemerlicht) omstandigheden. De variatie in pupildiameter is enorm: 2.0-7.0mm in kamerlicht en 4.0-8.5mm in schemerlicht. Daarnaast is er nog de invloed van accommodatie en convergentie op de pupildiameter. Leeftijd en refractie hebben ook een effect: presybopen en hypermetropen hebben gemiddeld een kleinere pupil. De pupildiameter lijkt vooral relevant te zijn voor bi-/multifocale lenspassingen en vormstabiele lenzen in het algemeen. Image: Silke Sage/Global Contact
|
|
Natuurlijk nemen we de vorm van het oog, en dan specifiek de cornea, in overweging bij het aanpassen van contactlenzen. Echter, het rapport is duidelijk over het feit dat voor de aanpassing van zachte lenzen de vorm van de cornea alleen, laat staan alleen de centrale waarden, niet zaligmakend is. Hoe een zachte lens zich gedraagt op het oog is afhankelijk van de totale sagittahoogte van het oog. Dat geldt ook voor scleralenzen, maar dit is natuurlijk anders voor vormstabiele lenzen. Evaluatie van de oogvorm (middels corneatopografie) is ook relevant voor follow-up: om veranderingen van het oculaire oppervlak te monitoren. Onderzoek laat zien dat er niet veel verschil is in kromming tussen verschillende etniciteiten (Aziatisch, Kaukasisch) - maar er is wel een verschil in excentriciteit en corneadiameter. Hoog myopen van Aziatische afkomst hebben onder andere diepere cornea's. Voor zachte lenzen geldt dat lenzen die weinig bewegen/een strakke passing hebben, als comfortabeler worden ervaren. Zelfs para-limbale conjunctivale staining (veroorzaakt door de lensrand) is geassocieerd met een comfortabelere lenspassing. Decentratie van de lens heeft vooral effect op de optische effectiviteit van een systeem (niet op comfort). Wannéér de lens beoordeeld moet worden op het oog is ook onderwerp van discussie: lensbeweging vermindert tot 10-15 minuten na het plaatsen van de lens, waarna het weer toeneemt gedurende de dag. Volgens onderzoek is het beste moment om de lens te beoordelen 10 minuten nadat de lens op het oog is gezet.
|
|
CLEAR
Evidence-based Contact Lens Practice Panel
|
|
James S. Wolffsohn, Kathy Dumbleton, Byki Huntjens, Himal Kandel, Shizuka Koh, Carolina M.E. Kunnen, Manbir Nagra, Heiko Pult, Anna L. Sulley, Marta Vianya-Estopa, Karen Walsh, Stephanie Wong, Fiona Stapleton.
|
|
CNN live - CLEAR Discussion
|
|
Woensdagavond 2 juni om 19.30u organiseert Johnson & Johnson een CNN live event rond het CLEAR project van de BCLA. In het kort: 'wat doen we in de praktijk, en klopt dat eigenlijk wel'? Met andere woorden, is alles wat we doen in de praktijk 'evidence based'? Dit is een uniek rapport samengesteld door experts van over de hele wereld, dat je eigelijk maar één keer in je werkzame leven tegenkomt. Vooralsnog is het vrij toegankelijk (open access). Op het BCLA congres 13+14 mei wordt hier vol opingezet. Maar wij gaan alvast voorbeschouwen. CNN-live wordt gepresenteerd door een vast panel bestaande uit Greg Dingeldein, Marco van Beusekom en Eef van der Worp, en mogelijk een gast-optreden door een expert of praktijkdeskundige. Schrijf u hier direct in!
|
|
Copyright © 2020. All Rights Reserved.
This newsletter is kindly supported by:
|
|
|
|
|
|
|
|