Contactlens Nieuws Nederland
|
|
Maart 2022
CNNederland is een nieuwsbrief voor de OOGZORG MEDEWERKER en geeft sinds 2007 maandelijks een onafhankelijke selectie van nieuwe, relevante publicaties uit de internationale literatuur op het gebied van contactlenzen. Klik hier voor een webversie van CNNederland
|
|
In de boeiende serie Jekels Jacht van Diederik Jekel op NPO2, kruipt hij in de huid van belangrijke Nederlandse onderzoekers van weleer. Zo is daar de voor ons in de optiek bekende Christiaan Huygens (alhoewel men in deze uitzending naar de slingerklok kijkt). Hij reist ook af naar Zeeland, om de eerste telescoop ter wereld van brillenmaker Hans Lipperhey te reproduceren vanaf nul (met zand van Zeelandse stranden). Echt boeiend wordt het ook in de aflevering over Antoni van Leeuwenhoek. Diederik probeert de beroemde microsoop na te maken, die wel 270x vergrootte, waardoor hij voor het eerst 'kleine dierkens' kon waarnemen. Zo nam hij onder andere bacteriën waar, maar ook spermatozoïden. Hij deelde in 1674 zijn bevindingen van de kleine dierkens gewoon in het Nederlands met de Royal Society in Londen. De mensen daar vonden zijn tekeningen blijkbaar zo boeiend dat alles vertaald werd, en hij werd toegelaten tot de Society. Lang werd gedacht dat Van Leeuwenhoek de lenzen niet fabriceerde door die te slijpen, maar door glas te verhitten waardoor kleine bolletjes ontstaan van 0.5 tot 3mm doorsnede. Voor ons 'gesneden koek': hoe kleiner het bolletje, hoe groter de breking (kleiner bolletje geeft immers een hogere kromming aan het oppervlak, dus een sterkere lens). Echter, door onderzoek aan de TU-Delft is dat in een ander daglicht komen te staan. Van Leeuwenhoek zou wel degelijk de lenzen hebben geslepen, is vastgesteld middels neutronen-tomografie. Dit werd in Jekels Jacht helaas niet verder uitgediept. Moraal van dit verhaal? Dingen zijn niet altijd simpel, en je moet zorgvulding te werk gaan. Zelfs de loep ligt nu onder de loep dus. Wat mij betreft een mooie parallel met myopie, dat is ook niet simpel. Wat kunnen we doen, en hoe doen we dat? Deze CNNederland staat verder helemaal in het teken van wat we weten over Myopie Management en wat dat kan betekenen voor onze praktijk.
Eef van der Worp
|
|
Omdat de ontwikkelingen op myopie management gebied zich razendsnel opvolgen, en omdat soms door de bomen het bos niet meer is te zien - is er nu Vérziend: de Myopie Podcast. Vérziend probeert een kortzichtige blik op myopie te voorkomen, en geeft een helikopter-view op myopie management. Zie link hieronder voor de Podcast pagina, of ga naar uw favoriete Podcast podium zoals Spotify, Apple Podcast of Google Podcast en wordt gesponsord door Hoya Nederland. In de eerste episode laten we onderzoeker en oogarts-in-opleiding Annet Haarman van het Erasmus MC aan het woord, in de tweede episode wordt retina-chirurg Peter van Etten geïnterviewd door Eef van der Worp.
|
|
Wellicht het allerbelangrijkste bij Myopie Management, en sowieso de eerste vraag die we onszelf altijd moeten stellen: bij wie passen we Myopie Management toe (en bij wie niet)? Een nieuwe 'risico indicator' van de Universiteit van Ulster in Noord-Ierland geeft hiervoor een aardig eerste houvast.
|
|
Wat zijn de hoofdingrediënten om te bepalen of een kind kans heeft myoop of hoog-myoop te worden? Hiervoor is allereerst de leeftijd van het kind nodig (tot zover nog simpel) en of de ouders myoop zijn (meestal ook nog te doen). Eén ouder geeft al twee risicopunten, twee ouders is drie risicopunten. De volgende stap is een cycloplegische refactie waarbij de accommodatie wordt uitgeschakeld. Dat laatste is belangrijk: een kind moet op 6-8 jarige leeftijd namelijk het liefst minimaal +1.00D hypermetroop zijn. Is dat minder (+0.75 tot +1.00D), dan is dat ook meteen twee risicopunten; minder dan +0.75D geeft 3 risicopunten. En je zit er zo een kwartje naast met een subjectieve refractie zonder cycloglegie, helaas. Als laatste hoofdingrediënt volgt de aslengte. Ook dat is makkelijk in risicopunten uit te drukken: het oog moet het liefst minder dan 22.93mm lang zijn op die leeftijd. Voor kinderen van 9-10 jaar oud gelden andere waarden (daar is een tweede PreMO-tabel voor ontwikkeld, zie link). Nu heeft niet iederen een aslengte-meter. De onderzoekers uit Ulster stellen daarom voor, om de cornea-krommingen te koppelen aan de (cycloplegische) refractie. Bij de 6-8 jarigen geeft een 7.70mm cornea-kromming gekoppeld aan een 0.00 tot +0.25D refractie bijvoorbeeld drie risicopunten. Alles bij elkaar zijn er minimaal 0 en maximaal 9 punten te 'verdienen' op deze manier. Wat dit betekent komt in het volgende item aan bod.
|
|
Op basis van de risico-score in het vorige item kan er een risico-label worden verkregen: alle kinderen die een risico op myopie-ontwikkeling hebben (een risicoscore van 1 of meer) zouden levensstijl advies moeten krijgen, waaronder meer buitentijd (minimaal 40 minuten per dag) en minder nabij-activiteiten zoals op smartphones en andere schermen. Hoe hoger de score, hoe hoger het risico op myopie en gerelateerde problemen. En hoe vroeger de myopie aanvangt, hoe groter die kans is. De follow-up intervallen waarop vervolgonderzoek nodig is worden bepaald op basis van de tabel. Vervolgens wordt gekeken bij follow-up onderzoek wat het advies moet zijn. Deze tabel is heel overzichtelijk: is een kind jonger dan 13 jaar en laat het meer dan 0.5D myopie-progressie zien - dan is dit twee risicopunten op deze schaal (de maximale score meteen). Daar volgt dan een advies uit: bij 1 of bij twee risicopunten op deze schaal is het aan te raden elke 6 maanden het kind te meten en meteen Myopie Management strategieën te bespreken (zowel de oogdruppels, contactlensopties of brillenglazen opties benoemen).
|
|
Als je de precieze aslengte van een kind wil weten op een bepaalde leeftijd, zie dan de grafieken in onderstaande PDF van het PReMO team. Er is een grafiek voor de leeftijd 6-12 en een voor de leeftijd 13-22 jaar. Het is meteen duidelijk dat de lijnen in de laatste grafiek een heel stuk vlakker zijn dan die in de eerste groep van 6-12 jaar. Dat wil dus zeggen, dat Myopie Management in de groep van 13-22 jaar gemiddeld aanzienlijk minder zin heeft dan in de eerste groep. Vooral bij de normale aslengtes in de leeftijdsgroep van 13-22 jaar is de lijn nagenoeg vlak: er is weinig progressie in aslengte gemiddeld gezien. Dat maakt de kans op significante remming van de groei in millimeters dus ook een stuk minder waarschijnlijk in die leeftijdsgroep.
|
|
Myope Netvliesaandoeningen
|
|
Een uitstekend onderzoek van de eerder genoemde Annet Haarman van het Erasmus MC in Rotterdam kijkt naar de verschillende netvliesaandoeningen die kunnen ontstaan bij myopie. Daar zijn getallen uitgekomen die 'Odds Ratios (ORs)' worden genoemd, met de bijbehorende 'Confidence Intervals (CIs)'. Simpelweg: hoe groot is de kans (OR), en hoe zeker zijn we van die uitkomst (CI)? In de vorige CNNederland is hieraan al gerefereerd in de serie 'grote getallen'. Nu wordt er vaak gesproken over 'netvliesloslating' bij myopie, maar de Odds Ratio daarvan is met ruim 3 bij lage myopie (3.15, CI 1.92-5.17), 8.74 (CI 7.28-10.50) bij gematigde myopie en 12.62 (CI 6.65-23.94) bij hoge myopie wel toenemend, maar nog niet zo hoog als bij andere aandoeningen. Kijk maar eens naar de ORs van myope maculadegeneratie: voor lage myopie is dat 13.57 (CI 6.18-29.79, voor gematigde myopie 72.74 (CI 33.18-159.48) en hoge myopie 845 (CI 230-3104). Fors meer dus, en iets wat we in verhouding moeten blijven zien. Wat is myope maculadegeneratie dan precies? Zie hiervoor het volgende item.
|
|
In Review of Myopia Management staat een artikel van Xiaoying Zhu van de myopie kliniek van de State University of New York College of Optometry in de US. Ook zij refereert aan de Haarman cijfers en kijkt ook naar risicofactoren en wat de klinische tekenen zijn. Op de website oogartsen.nl wordt dit in begrijpelijk Nederlands goed omschreven: bij hoog myopen is het oog langer dan normaal en daardoor is het netvlies wat ‘uitgerekt’ en dunner (de oogbol raakt gedeformeerd). Door het uitrekken van het vaatvlies (choroidea) en het pigmentblad (RPE-blad) ontstaan zwakke plekken in het netvlies, zowel aan de randen (perifere retinadegeneraties) als in het centrale deel van het netvlies (de gele vlek, macula). In de macula kunnen zwakke plekken ontstaan in het RPE (retinapigmentepitheel ofwel de buitenste laag van het netvlies) en scheurtjes ontstaan in de onderliggende laag (membraan van Bruch). Deze veranderingen in de macula worden myope maculopathie genoemd, en voorbeelden hiervan zijn chorioretinale atrofie, lacquer cracks (kleine barstjes in de 'lak'), chorioretinale neovascularisaties, subretinale hemorrhagieën (bloedinkjes), Fuchse spot (een verheven pigmentophoping in of onder het netvlies) en maculaire retinoschisis; dit is een splijting (schisis) in de lagen van het netvlies.
|
|
Op 11 maart jongstleden is in Nijmegen Rients Visser sr. overleden, enkele dagen nadat hij 80 jaar is geworden. Hij is op 19 maart in kleine kring in bijzijn van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen naar zijn laatste rustplaats begeleid. Zijn verdiensten voor het vak zijn groot, vooral op het gebied van scleralenzen heeft hij een ongekend goede reputatie. Hij was een van de weinigen die 40 jaar geleden bleef geloven in de mogelijkheden met scleralenzen. Daarnaast is hij wellicht de eerste ter wereld die het belang van torische binnencurven bij scleralenzen zag en deze torische binnencurven in de praktijk toepaste: iets wat nu steeds meer gemeengoed wordt wereldwijd. Hij ontving in 2015 zowel de Jan Kok-penning tijdens het OVN-congres als de 'Award of Excellence' op het Global Specialty Lens Symposium. Al is hij er niet meer, meneer Visser zal altijd een beetje bij ons blijven.
|
|
CNN-live over Myopie live! vanuit Amsterdam
30 maart 2022
|
|
CNN- Live! - 30-3 live en mét publiek vanuit het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Vanuit deze studio belichten we een van de belangrijkste thema's op ons vakgebied op dit moment - zoals onlangs in het NCC-café nog benoemd door de organisatie en door de industrie-partners: myopie. CNN- Live! is zoals altijd een verlenging van de nieuwsbrief. Eerste vraag is dus: wanneer moeten we met Myopie Management beginnen (en wanneer niet)? En wat zijn de mythes en sagen rond Myopie Management - fake news en harde wetenschappelijke feiten. Want u wil dit fenomeen op de juiste manier de volgende dag in uw praktijk brengen, en in de praktijk brengen. Aan de discussietafel zitten zoals altijd Greg Dingeldein, Marco van Beusekom en Eef van der Worp die in gesprek gaan met elkaar, met deelnemers, én experts uit het veld: deze keer Eva van 't Schip en Hans Korse. Geef u op via deze link. We zien u graag binnenkort weer 'live'.
|
|
Copyright © 2022. All Rights Reserved.
This newsletter is kindly supported by:
|
|
|
|
|
|
|
|